Parijs 1983
Een jonge violist maakt furore op het podium. Zijn naam is Hasmet Erden.
Hij is een Turk, zoon van een herder. Hij brengt het publiek een onbekend stuk: “Hommage aan mijn grootvader”.
De partituur stond in een oud bloemenschrift.
Wanneer hij de melodie hoort, wordt een oude man onwel. De volgende dag vertelt de man in zijn hospitaalkamer het verhaal van het schrift aan de muzikant: het was van zijn zuster, vóór 1915, vóór zijn familie en alle Armeense families uit de stad werden gedeporteerd naar de verdoemenis.
Hasmet leert een stuk geschiedenis dat de officiële geschiedschrijving van zijn land ontkent: dat van de systematische uitmoording van een volk.
Na de Shoah met 'De Wilde Vlucht' of de Algerijnse oorlog met 'Tahya El-Djazaïr', brengt Laurent Galandon een nieuw verhaal rond een donkere bladzijde uit het verleden: in 1915 wordt in Anatolië een derde van de bevolking uitgeroeid, de Armeniërs.
24 April 1915.
Op die dag worden 600 Armeense notabelen in Istanbul geëxecuteerd. Het bevel kwam van het hoofd van de Ottomaanse staat.
Het is het begin van een groot uitroeiingsplan van Christelijke minderheden –voornamelijk Armeniërs- die in Anatolië wonen.
Zoals mooi beschreven in Bloemenschrift, worden eerst de volwassen krachtige mannen systematisch uitgeschakeld. Daarna worden vrouwen, kinderen en ouderlingen gedwongen tot een mars naar de dood. Het doel van deze genocide was een nieuw land te vormen met haast uitsluitend mensen die muzelmaans zijn en Turks praten. Zo kon in 1922 Mustafa Kernal Ataturk een vrij homogene Turkse republiek stichten, terwijl de omvang van de gebeurtenissen van 1915 ontkend werden.
Vandaag wordt de realiteit van de Armeense genocide gesteund door de gemeenschap van historici. Een steeds groeiend aantal landen –Frankrijk, Canada, Europese Unie, Rusland, Argentinië…- erkent officieel de genocide aard van deze slachtingen. Deze politieke en juridische erkenning is erg belangrijk.
Hiierdoor kunnen de slachtoffers en hun nakomelingen de “grote catastrofe” als een feit beschouwen en zelfs genoegdoening eisen bij het gerecht.
Maar in Turkije is de Armeense genocide vernoemen volgens artikel 301 van het strafwetboek een “misdrijf tegen de Turkse staat” waarop gevangenisstraf staat. Desondanks ontwaakt de maatschappij. Sommige intellectuelen negeren het verbod. Net als Hasmet in Bloemenschrift zijn heel wat Turken zich nu bewust van de ware terreur uit het verleden.
In 2008 tekenden 30000 Turken een petitie met excuses aan hun “Armeense broeders”. Bovendien dwingen de Europese ambities van het land het zijn relaties met naburige landen, zoals de republiek Armenië, te normaliseren. Een Turks-Armeens toenaderingsakkoord werd ondertekend in oktober 2009. Hierin wordt de oprichting aangekondigd van een commissie historici die de gebeurtenissen uit het verleden moet nagaan. Echter houdt de Turkse regering vast aan een ontkenning van de feiten en probeert ze elke nieuwe, officiële erkenning van de genocide te verhinderen. Maar de herdenking van die 24ste april zal worden voorafgegaan door debatten in enkele parlementen van vooraanstaande landen, zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Israël, Zweden… De inzet van het verleden is nog nooit zo groot geweest op het internationale schaakbord.

De uitgave van 'Bloemenschrift' is een klein extra steentje dat kan bijdragen tot het bewaren van dit verleden.
Over de plicht van het geheugen
Interview met Laurent Galandon, scenarist.
Je album verschijnt in april, haast 95 jaar na het begin van de Armeense genocide. Toeval?
Absoluut niet. Mijn hersens kunnen niet werken met toekomstige “vieringen” in het achterhoofd. Mijn uitgever besliste die datum. Ik vind zijn keuze doordacht en gegrond.
Sommige mensen twijfelen er nog aan, dus wat maakte jou zo zeker van de werkelijkheid van de Armeense genocide?
Ik zou hetzelfde antwoorden als voor Shoah. Ik had toegang tot voldoende, geargumenteerde documenten om me aan de zijde te scharen van degenen die menen dat de Armeense genocide wel degelijk plaatsvond.
Je nam hier de uitdaging aan de feiten te beschrijven, op gevaar af de lezer te kwetsen…
Ik hoop een zekere afstand behouden te hebben. Er is slechts één bloedige scène in het album. Ik wilde het anders doen dan het scenario van Wilde Vlucht. Ik koos dus om meer beschrijvend te werken, het machtsmisbruik te tonen. Zo een aanpak leek me nodig voor de Armeense slachtingen, die veel minder bekend zijn dan de nazi-kampen.
Maar je gebruikte zowel voor Wilde Vlucht als voor Bloemenschrift wel een kind om de genocide te beschrijven…
Om het verhaal coherent te houden had ik figuren nodig die in de jaren 80 over de genocide konden getuigen. Dus moest ik wel kinderen als hoofdrolspelers nemen.
Denk je dat kinderen beter in staat zijn het ondenkbare te overleven?
Is het mijn ervaring als vader? Ik denk dat kinderen afstand van iets kunnen nemen, waar volwassenen dat niet kunnen. Trauma’s zijn bij ze minder duidelijk de eerste tijd. Midden in de tragedie kunnen zij blijven doorgaan, terwijl volwassenen verlamd staan van angst of wanhoop door de situatie.
Waarom je verhaal in de jaren 80 beginnen?
De leeftijd van de figuren leende er zich toe. Maar ik koos het vooral omdat in die tijd de Armeense genocide nog niet officieel erkend was door Frankrijk. In die tijd waren er ook de acties van het ASALA (Geheime Armeense bevrijdingsleger) dat door zijn acties de Turkse regering probeerde te dwingen de genocide te erkennen.
Waarom interesseer je je voor onderwerpen als de Armeense genocide, de Shoah of de Algerijnse oorlog?
Die vraag krijg ik regelmatig. Soms wordt mijn recht om dergelijke onderwerpen aan te pakken zelfs in vraag gesteld.
Ik ben geen Jood, geen Armeniër en ik heb de oorlog in Algerije niet meegemaakt. Dus moest ik een antwoord zoeken. En dat antwoord evolueert met de tijd…
De geschiedenis van de XXste eeuw interesseert me bijzonder. Vooral de weerslag ervan in onze tijd. Het is geen militantisme, maar eerder een plicht van het geheugen en in zekere zin ook een manifestatie van een zekere burgerzin. Met deze verhalen hoop ik op bescheiden wijze eraan te herinneren dat deze perioden niet mogen vergeten worden… maar ook dat ze tot een wettelijke erkenning moeten komen.
Maar mijn verhalen blijven op de eerste plaats gaan over de mensen die ze beleven: “weerstand” lui die, ondanks de tragische situatie, blijven geloven in waarden als vriendschap en solidariteit. En, achteraf bekeken, besef ik dat mijn verhalen op mekaar antwoorden en elk verhaal de kiem bevat van het volgende. Bloemenschrift bijvoorbeeld brengt me terug naar De Wilde Vlucht en het zinnetje van Hitler waarmee hij de inval in Polen en het invoeren van de “finale oplossing rechtvaardigt: “Wie herinnert zich nog de afslachting van de Armeniërs?”

Pagina 18, becommentarieerd door Laurent Galandon
Deze plaat is een keerpunt.
Vanaf dit moment wordt de lezer, samen met de figuren, meegesleept in de tragedie van de Armeense genocide.
Tot dan toe wisten de gedeporteerden –onwetend door leugens- nog niets over het vreselijke lot dat ze te wachten staat. Het uitzoomen van de eerste drie prenten laat de verschillende onderdelen van het konvooi ontdekken: enerzijds bestaat het enkel uit vrouwen, kinderen en grijsaards, anderzijds is het duidelijk gigantisch (prent 3). Het zijn niet een paar families, maar een hele bevolking die gedeporteerd wordt. Zo een ”verplaatsing” is slechts mogelijk met een strenge organisatie, synoniem voor genocide aangezien het gepland en zorgvuldig georchestreerd is.
De plaat is zonder tekst. De geluiden komen vanzelf. Elke prent heeft zijn eigen geluid (prent 1: geruis van stappen op zand; prent 2: zuchten van vermoeidheid, angst gescheiden te worden (hier nog versterkt door het doek tussen twee gedeporteerden); tenslotte, in prent 3, versterken de geluiden (paarden, orders van gendarmes…).
Net als de prenten die steeds groter worden, wordt ook het kabaal groter en verhoogt de spanning van de situatie.
Het laatste prentje onderaan –een jonge vrouw verliet even de colonne om haar lege waterzak te vullen- is bijzonder sterk. We hadden er een onomatopee kunnen bijzetten om de kreet van afschuw te verwoorden bij die vreselijke ontdekking, maar het leek ons eens temeer sterker een “stilstaand beeld” te hebben. De kreet komt er vanzelf bij, zonder dat wij die persé grafisch moesten verbeelden en het geheel wordt er sterker door.
Toch gaat het niet over goedkope emoties opwekken, maar om de hele spanning en het latente geweld van dit verhaal uit de geschiedenis te brengen.
In zekere zin vormen deze paar prenten op zich een compleet beeld van de menselijke tragedie van het Armeense volk in dat jaar 1915.
Het onzegbare tekenen
Interview met Viviane Nicaise, tekenaar
Je woont nu in Griekenland, een land waarvan het volk een gelijkaardige geschiedenis kende als het Armeense volk. Heeft dat je aangezet Bloemenschrift te tekenen?
Ik denk het niet. Ik was gewoon ontroerd door de synopsis en vooral door de figuren, die twee kinderen. Ik besloot op dit verhaal te werken, hoewel ik er voordien een vijftigtal had geweigerd. Als Griekenland me heeft aangezet die beslissing te nemen, is het vast door de zon. Het onderwerp is hard, maar met de zon die hier heerst, dacht ik toch de uitdaging aan te kunnen.
Ik kan me voorstellen dat een genocide tekenen wat afstand vereist…
Ja, anders lukt het niet. Op het moment dat ik de tekening maak, zet ik wat ik in het hoofd heb op muziek en probeer ik te vergeten wat er gebeurt. Ik vlucht in de techniek, ik concentreer me op de kwaliteit van de tekening. Gewoonlijk teken ik niet graag geweldscènes. Trouwens, de sfeer in Bloemenschrift mag dan al hard, bedrukkend zijn, het album heeft toch erg weinig geweldscènes. We hebben ze doelbewust vermeden. We wilden zeker niet de absolute gruwel die er heerste uitbeelden.
Denk je dat een vrouw een dergelijk verhaal beter kan tekenen?
Misschien is een vrouw wel beter geschikt voor dit scenario omdat ze een gezinsleven heeft en dichter bij haar kinderen staat. Ik denk dat het allemaal met gevoeligheid te maken heeft en dat heeft niets met geslacht te zien. Heel wat mannen kunnen erg gevoelig kinderen tekenen.
Pagina 16, becommentarieerd door Viviane Nicaise
Ik heb deze plaat gekozen om met het tekenen van het album te beginnen. Ik bereid nooit op voorhand decors, lay-out, mise en scène voor… Ik laat ze liever komen al naargelang mijn verbeelding. Alleen een paar aanzetten van personages die ik aan Laurent voorlegde. De lay-out zit in mijn hoofd en ik laat die graag veranderen naarmate ik erover denk, tot het moment dat ik ze op papier zet.
Deze plaat stond me geen enkele afwijking toe. Ze verplichtte me meteen in de sfeer van die genocide te komen, een manier om mijn eigen angst voor zo een onderwerp te exorceren. De sfeer leek me het belangrijkste element op deze pagina, samen met de voorstelling van de twee tegenover mekaar gestelde volken, de hoofdfiguren, een voorproefje van het geweld, de foltering en andere wandaden die in de loop van de twee albums gaan komen.
De eerste twee prenten zijn lange stroken om de traagheid, de stilte van het konvooi te tonen dat zeker niet op een “processie” mocht lijken. En ik kon ook niet met sombere kleuren spelen om de sfeer te verduisteren, aangezien het vertrek ’s ochtends vroeg gebeurt. De figuren moesten dus voor zichzelf spreken met hun houding, hun uitdrukking… het ongezegde. Ook mochten niet alle Turken de “slechten” zijn. De manier waarop Laurent de lay-out zag, heeft me erg geholpen. Ik begon met prent 1 te tekenen, die naar mijn gevoel meer plaats moest krijgen dan de andere (daarna volgde 3 voor de voorstelling van de figuren).
In die prent 1 moest de lezer vooral getoond worden hoe groot de massa was, de stilte, de traagheid, de angst, het vertrek, de droefheid van de ene, de haat van de andere… een heleboel elementen. Ik koos dus voor een eenvoudig decor, haast naakt, om het konvooi tot uiting te laten komen. Ik voegde er de koepel aan toe om het decor te situeren.
Elke figuur heeft zijn eigen uitdrukking, niet altijd netjes en duidelijk, zodat de lezer zelf zijn conclusies kan trekken.
Een pijn, een angst, een haat, stilzwijgen, in zichzelf gekeerd om de onwetendheid over de toekomst weer te geven van deze vrouwen, kinderen, grijsaards.
Prent 3 brengt ons direct in het onderwerp met de voorstelling van de hoofdfiguren, wiens persoonlijkheid meteen moet duidelijk zijn.
Een ‘buste shot’ om, opnieuw, de uitdrukking te tonen, het drama dat zich aankondigt en al aanwezig is.
De laatste prent van deze pagina leek me belangrijk omdat ze de vraag stelt van de vergiffenis, maar vergiffenis voor wat?…
Als ik de lezer was, zou ik de pagina omslaan.